Behandeling bij eierstokkanker.

03-02-2014 20:48
 

 De meest toegepaste behandelingen bij eierstokkanker zijn:



De meeste vrouwen met eierstokkanker krijgen een operatie in combinatie met chemotherapie. Bestraling wordt bij eierstokkanker zelden toegepast.

 

Bij eierstokkanker kan chemotherapie na een operatie een aanvullende behandeling zijn. Dit heet een adjuvante behandeling. Het doel is dan om eventuele niet-waarneembare uitzaaiingen te bestrijden en daarmee de kans op terugkeer van de ziekte te verminderen.
 


 

Een neo-adjuvante behandeling bij eierstokkanker is chemotherapie voor de operatie. Het doel is dan om de tumor te verkleinen, zodat hij beter weggehaald kan worden.
 


Behandelplan bij eierstokkanker

Bij het vaststellen van het behandelplan zijn verschillende specialisten betrokken. Zij maken gebruik van gezamenlijk vastgestelde landelijke richtlijnen. De artsen stellen u een bepaalde behandeling voor op grond van:

  • het stadium van de ziekte
  • de vorm van eierstokkanker en de mate van kwaadaardigheid
  • uw algehele lichamelijke conditie
  • de hoeveelheid tumorweefsel dat niet bij de operatie verwijderd kan worden

De behandelend arts zal u informeren over de behandeling(en) en de mogelijke bijwerkingen.
 


Oncologiebespreking:

Uw arts bespreekt met u welke behandeling u kunt krijgen. Hij kijkt daarbij naar de soort kanker en het stadium van de ziekte.


Meestal heeft hij uw situatie eerst doorgesproken met een team van gespecialiseerde artsen. Dit heet een oncologiebespreking.


In alle ziekenhuizen in Nederland betrekken de artsen ook specialisten vanuit andere ziekenhuizen bij de oncologiebespreking. U krijgt dus altijd automatisch een tweede mening.


Doel van de behandeling:

Een behandeling kan gericht zijn op genezing. Of op het remmen van de ziekte en/of vermindering of het voorkomen van klachten.

Curatieve behandeling.

Is genezing het doel, dan heet dit een curatieve behandeling. Onderdeel daarvan kan een aanvullende behandeling zijn: een adjuvante behandeling.

Adjuvante behandeling.

Een adjuvante behandeling is een aanvullende behandeling. U krijgt dit na een eerdere behandeling die in opzet genezend is. De adjuvante behandeling is bedoeld om een beter eindresultaat te bereiken. Een voorbeeld van een adjuvante behandeling is bestraling na een operatie.

Neo-adjuvante behandeling.

Een neo-adjuvante behandeling is vergelijkbaar met de adjuvante behandeling. Het is  ook gericht op een beter eindresultaat. Neo-adjuvant betekent dat u deze aanvullende behandeling vóór de andere behandeling krijgt. Een voorbeeld is chemotherapie om de tumor kleiner te maken vóór een operatie.

Palliatieve behandeling.

Is genezing niet (meer) mogelijk, dan kunt u een palliatieve behandeling krijgen. Zo’n behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering of het voorkomen van klachten.


 


Ascitesdrainage:

Eierstokkanker kan gepaard gaan met een abnormale hoeveelheid vocht in de buikholte. Dit vocht wordt ascites genoemd. Het wordt veroorzaakt door een verhoogde aanmaak van vocht en doordat kankercellen de afvoerwegen voor dit vocht kunnen verstoppen. Door dit vocht kan uw buik opzetten en zwaar gaan aanvoelen. Ook kunnen pijnklachten ontstaan. 

De hoeveelheid vocht kan variëren van een geringe hoeveelheid tot enkele liters. De specialist kan het overtollige vocht laten afvloeien, waardoor het probleem tijdelijk vermindert. Deze ingreep noemt men een ascitesdrainage.

Eerst wordt de huid van de buik plaatselijk verdoofd. Vervolgens wordt een holle naald met daarop aangesloten een dun slangetje in de buikholte gebracht waardoor het vocht kan afvloeien. Dit dunne slangetje wordt ook wel een katheter genoemd.

 

 


Bestraling bij eierstokkanker:

Bestraling is de behandeling van kanker met straling. Een ander woord voor bestraling is radiotherapie. Het doel is kankercellen te vernietigen en tegelijk gezonde cellen zo veel mogelijk te sparen. Bestraling is een plaatselijke behandeling: het deel van uw lichaam waar de tumor zit wordt bestraald.

De straling komt uit een bestralingstoestel. U wordt door de huid heen bestraald. De radiotherapeut en radiotherapeutisch laborant bepalen nauwkeurig de hoeveelheid straling en de plek waar u wordt bestraald.
Bestraling wordt bij eierstokkanker zelden gebruikt. Bestraling wordt bij eierstokkanker vooral als palliatieve behandeling toegepast. Het doel is om de klachten te verminderen door de uitzaaiingen in hun groei te remmen en zo veel mogelijk te verkleinen. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer pijn ontstaat door uitzaaiingen in de botten of lymfeklieren. Palliatieve bestraling bij eierstokkanker bestaat doorgaans uit 1 of enkele bestralingen.

Soms wordt radiotherapie geadviseerd als de ziekte na een aanvankelijk succesvolle behandeling in het bekken is teruggekeerd en de tumor daarna opnieuw operatief is verwijderd. De bestraling is dan bedoeld om achtergebleven kankercellen te vernietigen. In deze situatie wordt het bekkengebied gedurende ongeveer 5 tot 6 weken elke werkdag enkele minuten bestraald.
 


Bijwerkingen bij bestraling:

Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen in het bestraalde gebied.

 

Daardoor kunt u met een aantal bijwerkingen te maken krijgen:  

  • Omdat bij bestraling van het bekkengebied ook andere organen straling krijgen, kunnen sommige vrouwen last krijgen van buikkrampen en diarree.
  • Bij sommige vrouwen treden klachten op zoals een blaasontsteking.
  • Bij bestraling van uitzaaiingen ergens anders in het lichaam hangt de kans op bijwerkingen af van de plaats en het aantal bestralingen dat u krijgt.
  • Bij sommige patiënten ontstaat een rode of donker verkleurde huid, en soms blaren, op de bestraalde plek.


 


Chemotherapie bij eierstokkanker:



Bij een aantal vrouwen met eierstokkanker in stadium I kan met een operatie worden volstaan. Meestal echter is chemotherapie een belangrijk onderdeel van de behandeling van eierstokkanker. Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica. De medicijnen  worden meestal  toegediend per infuus. Soms worden de cytostatica met behulp van een buikkatheter (een dunne slang) rechtstreeks in de buikholte toegediend. Via het bloed verspreiden zij zich door uw lichaam en kunnen op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken.

Chemotherapie kan worden geadviseerd als:  

  • Al het zichtbare tumorweefsel is verwijderd tijdens de operatie. De chemotherapie wordt dan als adjuvante behandeling gegeven.
  • Zoveel mogelijk tumorweefsel is verwijderd bij de operatie en er hooguit een klein restant over is. De chemotherapie wordt dan gegeven om het restant tumorweefsel te vernietigen. 
  • De tumor te ver was uitgebreid bij de operatie om deze voldoende te kunnen verwijderen. Chemotherapie heeft dan tot doel dit tumorweefsel eerst te verkleinen. Bij voldoende effect wordt dan een tweede operatie verricht, gevolgd door nog enkele chemokuren. Dit heet 'interval debulking'.
  • De ziekte weer actief wordt na een eerdere succesvolle operatie en chemotherapie. Zo’n herhaalde behandeling is er op gericht de verdere uitbreiding van de ziekte zo lang mogelijk tegen te houden. Dit is een palliatieve behandeling.


 


Operatie bij eierstokkanker:

Een operatie  is de meest voorkomende behandeling bij eierstokkanker. De operatie vindt plaats onder algehele narcose met eventueel een ruggenprik. De buik wordt geopend met een snee die loopt van boven de navel tot aan het schaambeen. Meestal verwijdert de gynaecoloog de baarmoeder, de beide eierstokken en het grote inwendige vetschort of omentum majus.
 


Verloop van de behandeling:

Wanneer een vrouw met eierstokkanker een kinderwens heeft, zal men eerst kijken naar de vorm van eierstokkanker en de uitgebreidheid van de ziekte voordat men verder opereert. De baarmoeder en de andere eierstok kunnen alleen behouden blijven als er sprake is van een minder kwaadaardige vorm van eierstokkanker én als de ziekte nog in een vroeg stadium is.
 


Debulking:

Als de ziekte zich door de hele buikholte heeft uitgebreid, neemt de gynaecoloog zo veel mogelijk tumorweefsel weg. Dit wordt debulking genoemd. Hoe minder tumorweefsel achterblijft, hoe groter de kans op succes bij een vervolgbehandeling met medicijnen, de chemotherapie. Wanneer de tumor is doorgegroeid in bijvoorbeeld de darmen, kan de gynaecoloog het nodig vinden ook een deel van de darmen weg te nemen. Soms is het dan noodzakelijk om een tijdelijk of definitief darmstoma aan te leggen. Ook kunnen (delen van) andere organen, zoals milt, lever, maag of blaas verwijderd worden. Dit komt zelden voor.
 


Behandeladvies:

De specialist kan vanwege de uitgebreidheid van de ziekte ook tot de conclusie komen dat het niet verantwoord is om verder te opereren. Het behandeladvies is dan meestal chemotherapie. Het doel daarvan is de tumor zo veel mogelijk te verkleinen.

Als dat doel wordt bereikt, kan meestal alsnog een operatie plaatsvinden. Het opnieuw operatief verwijderen van tumorweefsel na chemotherapie, wordt interval debulking genoemd.



Een operatie kan dus 3 verschillende resultaten opleveren:  

  • de tumor is in zijn geheel verwijderd
  • er is zo veel mogelijk tumorweefsel verwijderd, slechts een klein restant is achtergebleven
  • het tumorweefsel was te uitgebreid om er voldoende van te verwijderen.


 

Bron:    www.kanker.nl