'Je slaapt vanavond met Hiawatha liefje'.

17-08-2016 19:11




In deze lezerscolumn schrijft Ton Lankreijer het rampjaar 2016, waarin zijn partner Kaatje opnieuw kanker krijgt, van zich af: "Half maart dit jaar konden we eindelijk weg, Kaatje en ik. Na wat wij samen het begin van een 'rampjaar' noemen. Het begint eigenlijk al in december 2015. Dan constateert mijn alerte huisarts een te snelle stijging van mijn PSA-waarde. Een mogelijk signaal van prostaatkanker."


"Na een biopsie en een MRI-scan krijgt hij gelijk. Er is inderdaad sprake van het eerste stadium van prostaatkanker. Vooralsnog geen operatie of bestraling. De uroloog controleert elke drie maanden mijn bloed om te kijken of er schommelingen plaatsvinden binnen die PSA-waarde. Maar hoe dan ook, het zit er.


Op 8 januari van dit jaar overlijdt mijn moeder plotseling. Een longontsteking maakt binnen een week een einde aan haar lange leven. Ze wordt 93 jaar. Na een waardig afscheid in kleine kring krijgt Kaatje last van bloedingen. Ook zij wordt onderzocht en gescand, soms bezoeken we in één week twee ziekenhuizen. Kaatje wordt behandeld in Hilversum, ik in Utrecht. Bij haar wordt een poliep geconstateerd in haar baarmoeder. Maar... er is geen paniek en dat stemt haar gerust, dit keer komt ze wél goed weg. In tegenstelling tot zes jaar geleden. Toen werd ze kort achter elkaar twee keer geopereerd aan haar linkerborst, met de diagnose borstkanker. Ze is nog steeds onder controle. 


We bereiden ons voor op Cuba. Wat heerlijk om na 'dood en verderf' even samen afstand te nemen van het medische circuit en in alle rust de dood van mijn lieve moeder te verwerken. Daar zijn we door de hectiek nauwelijks aan toe gekomen. Er is te veel in korte tijd over ons heen gespoeld. De Wet van Murphy bepaalt ons leven dit jaar. Toch blijven we positief. Op 16 februari rijden we naar het ziekenhuis in Hilversum, een maandje later gaan we naar Cuba. De tickets wachten geduldig. Nog even dit laatste stapje en dan komt er rust. Eindelijk. 


De kanker is terug:

'Ik heb slecht nieuws voor u, mevrouw Haak. U moet zo snel mogelijk geopereerd worden. U heeft baarmoederkanker. Uw baarmoeder én uw eileiders moeten er zo snel mogelijk uit. We nemen geen enkel risico.' Het plafond draait. Het lijkt alsof alle zuurstof in één keer uit het behandelkamertje wordt gezogen. Kaatje trilt over haar hele lijf en de tranen stromen over haar wangen. In haar hoofd spoelt razendsnel een horrorfilm terug, die we samen zes jaar geleden voorgoed hebben afgesloten. Althans, dat dachten we. Niets is minder waar: de kanker is terug. 


Oktober 2010: een terugblik:

'De zon schijnt lieverd, en dat is niet voor niks.' Kaatje geeft me een extra kneepje in mijn hand als we samen het Jaagpad in Nieuwersluis aflopen richting taxi, die voor de achtenentwintigste keer op haar wacht. Mijn geliefde is bijna een jaar lang in de greep van borstkanker en vandaag ondergaat ze haar allerlaatste bestraling.


Een jaar geleden beginnen de klachten, de huisarts denkt in beginsel nog aan de overgang. 'Hormonen' luidt de simplistische diagnose. Mijn vriendin wuift die meteen weg, niet onverstandig als je eigen moeder op haar zevenenvijftigste overlijdt aan dezelfde sluipmoordenaar.

'Goedemorgen!' begroet taxichauffeur Sander ons hartelijk ' laatste keer hè?' Het bedrijf waar Sander werkt, staat op het lijstje van de verzekeringsmaatschappij, waar Kaatje haar taxiritten kan declareren. Een schrale troost in bange dagen, want zes weken lang dagelijks naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis (AVL) is op zichzelf al een ware verzoeking. Alleen in het weekend is Kaatje 'vrij' van bestraling.


Na een mammografie, een echo en een punctie ziet een opmerkzame radioloog 'verdachte' cellen. De aarde draait om Kaatjes as. Terwijl ze wacht op haar eerste operatie is de reactie van vrienden en familie tweeledig. 'Gelukkig dat je er zo snel bij bent', maar ook: 'Als je maar geen uitzaaiingen hebt, en wat doe je als je borst eraf moet?' Bij de post een troostrijke cd van mijn zus. Ik ben al mijn hele leven met haar gebrouilleerd.


Ruim voor tijd arriveren we bij het AVL. Het vaste protocol volgt. Inchecken voor het juiste bestralingsapparaat, negen machines draaien twaalf uur per dag. Daarna wachten tot je opgehaald wordt door een radiologisch assistente, een 'X-Ray hero' volgens de wervingsfolder voor nieuw personeel, dat broodnodig is.


Om Kaatje heen de vaste bezoekers die ze inmiddels heeft leren kennen. De één bladert door een gedateerde glossy, de ander staart wezenloos voor zich uit. Een man met prostaatkanker uit Texel en een vrouw met 'iets' aan haar gezicht uit Harderwijk. Een moeder, met haar zoon aan een loopinfuus, passeert ons, terwijl ze liefdevol een kartonnen spuugbakje onder zijn kin houdt.

                       


Alle clichés over kanker gaan op:

Zo gespannen als een lier zijn we, als we na Kaatjes eerste operatie voor de uitslag naar het ziekenhuis gaan. Ons voorgevoel wordt bewaarheid: ze heeft borstkanker. De chirurg is vriendelijk maar bovenal realistisch. 'Een tweede operatie is nodig, want er zit nog meer'. 'En', voegt hij er en passant nog even aan toe, 'dan wordt het of een borstbesparende operatie of we kiezen voor amputatie, maar dat laat ik je nog weten'. Even later, op het grauwe plein van het ziekenhuis, is de wereld om ons heen veranderd in een surrealistisch decor. Dit leed gaat normaal gesproken toch aan je deur voorbij? Alle clichés over kanker gaan op deze zomer.


Als Kaatje vanuit de gang haar kleedkamer ingaat, loop ik voor de laatste keer langs de balie, waar het bestralingsapparaat vanuit de computer op afstand wordt bediend. Daar worden ook de commando's gegeven voor drie keer achter elkaar veertig seconden de adem inhouden. Een nieuwe aanpak, die ervoor zorgt dat je hart wordt gevrijwaard van straling. Iedere dag wordt Kaatje gescand om te bepalen in welke stand en op welke exacte plek zij bestraald wordt. Via laserstralen wordt ze tijdens iedere sessie uitgetekend en zo nodig bijgeschilderd met speciale verf. De eerste keer dat ze beschilderd is, belt ze me op. 'Je slaapt vanavond met Hiawatha liefje, ik zoek alleen nog een veer'.

          


Eindelijk goed nieuws:


Weer die slagboom, weer die parkeerplaats, weer die zware tred naar de afdeling chirurgie. Welke tijding volgt er nu na de tweede operatie? In een team van deskundigen heeft Kaatjes chirurg zich hard gemaakt om haar borst te behouden, maar dat is pas echt zeker na de uitslag van vandaag. Is Karin 'schoon' volgens het jargon en volgt daarop de bestraling met daarna mogelijk chemotherapie? Na maanden van onzekerheid is er nu eindelijk wel aanleiding voor goed nieuws. 'Ik mag u feliciteren' valt de chirurg even uit zijn formele, strenge rol, 'we hebben verder niets meer gevonden'. 'De snijranden zijn schoon' voegt hij er nog plastisch aan toe.


'Inademen, uitademen, inademen, uitademen en diep inademen en de adem vasthouden' klinkt het door de intercom. Het sonore geluid van de roterende bestralingskoppen vult de kille, medische ruimte. De allerlaatste vijf minuten zijn ingegaan en Kaatje is voor de achtentwintigste keer een 'voorbeeldige patiënt'. 'We zijn heel trots op u, u ben klaar' zegt Laura, de X-ray-hero van de dag.


Als we de taxi uitstappen, haalt Sander wat verlegen een envelop uit zijn binnenzak. 'Voor jou, van ons'. 'Proost' is de tekst boven een groot glas bier op de voorkant. Binnenin het wenskaartje de volgende tekst: 'Hierbij een kleinigheidje'. Een VVV-bon ter waarde van tien euro is het presentje. 'Het zit erop, gelukkig, je hoeft er niet meer op uit! We hopen dat het gauw beter mag gaan.

Groetjes, taxi Van Wijk'."



Bron: www.vrouw.nl