Kanker hoort bij mij, ik ben eraan gewend geraakt | column Vak K.

24-01-2024 17:43

 

 

Erna Straatsma.

 

 

 

Zo vreemd en angstwekkend als het eerst was, zo normaal is het nu. Kanker hoort bij mij.

 

Ik ben gewend aan ziekenhuisbezoeken, pillen en spuiten. Mijn agenda staat vol met verplichte nummers. Bloedprikken, eens per maand online regelen en doen. Een visite bij de oncoloog, eens per maand ga ik langs. „Hoe is het? Ergens last van?” Nee hoor, het gaat goed.

 

Een ’ernstig zieke’ kan prima functioneren, weet ik inmiddels. Werken, stukken schrijven naast deze wekelijkse column gaat me prima af. Ik stap op de fiets, ga bij mensen langs die ook problemen hebben. Een 79-jarige vrouw die uit haar huis wordt gezet en haar katten moet afstaan. Een 86-jarige vrouw die elke dag in onttakelde toestand op het station zit en dan ineens dood is. Een ziekenhuis waar het kinderhartcentrum open blijft, tot grote vreugde van ouders met jonge kinderen die een aangeboren hartafwijking hebben.

 

Het kost me geen moeite om naar de sores van anderen te luisteren. Ik weet wat sores zijn. Bij degenen die ook wind tegen hebben, voel ik me prettig.

 

Lastig is het wel dat mijn omgeving niet uit louter zieken, gehandicapten en daklozen bestaat. Ik tref dagelijks personen die zich niet kunnen voorstellen dat je als zieke, als gehandicapte, je werk uitstekend kunt doen. „Echt waar? Ben je aan het werk, de hele week?” Ja, dat ben ik. Dat doet me goed. Dat kan ik. Dat wil ik.

 

Alles went, ook kanker.

 

Ik steek geen energie in het ’strijden tegen kanker’, dat is volslagen zinloos. Die kanker is er en gaat niet meer weg. Lijders aan multiple sclerose, COPD of de ziekte van Parkinson snappen dat lot, maar staan ook heus niet altijd aan de zijlijn van het leven.

 

Spannende uitslagen in het ziekenhuis hoor ik weer alleen aan. Bij eerdere consulten nam ik een vriendin of mijn zoon mee, maar daar zie ik nu vanaf. Dat geeft zo’n afspraak meer lading dan ik wil. Scans van longen, lever en hersenen zijn een vast onderdeel van mijn leven. Die doe ik tussen het schrijven van artikelen en het stofzuigen van de woonkamer door.

 

De laatste twee scanuitslagen verliepen zonder veel stress. Vlak voor mijn bezoek aan de oncoloog voelde ik me onrustig, dat wel. Maar daar bleef het bij.

 

 „Ziet er keurig uit”, was de mededeling over mijn bestraalde hoofd. „Prima resultaat”, hoorde ik een paar weken later over het effect van ’doelgerichte therapie’ voor longen en lever. „De tumoren zijn kleiner geworden.” Had ik niet verwacht, is mooi, maar een feestje geef ik niet.

 

 

 

Bron: www.haarlemsdagblad.nl